Terschelling.

Terschelling is het middelste Nederlandse Waddeneiland.
Sinds eeuwen heeft de mens de lig­ging van Terschelling benut. In vroegere dagen beschutte de Dellewalbaai - de enige natuurlijke baai van Nederland - de vissers- en handelsschepen tegen storm en slecht weer. Tegen­woordig weten duizenden watertoeristen zich veilig in de prachtige passantenhaven. Ook het eiland zelf met zijn unieke sfeer, natuur en landschap is erg in trek bij toeristen. Daarmee zijn drie belangrijke pij­lers van het eiland genoemd: de zee, het toerisme en de natuur.

De toename van vrije tijd in de tweede helft van de twintigste eeuw zorgde ook op Terschelling voor de opkomst van het toerisme. Waren de eerste voorzieningen nog van eenvoudige aard, gaandeweg is Terschelling een toeristisch product gaan leveren dat gezien mag worden. Er is en wordt nog steeds voor gewaakt dat dit niet ten koste gaat van de derde pijler waar de kracht van het eiland op rust, namelijk de natuur.

De bijzondere combinatie van een strandwal en de daar achter gelegen kwelders maken dat er een unieke variatie aan landschappen bestaat. Het natuurschoon op Terschelling is het product van de samen­werking tussen mens en natuur. Zonder het opwerpen van de Stuifdijk ten oosten van Oosterend zou bijvoorbeeld het Euro­pees Natuurre­servaat De Boschplaat niet zijn ontstaan. Ook de prachtige bossen en het elzensingel-gebied zouden er zonder de mens niet zijn geweest, terwijl het Terschellin­ger product de 'cranberry' zonder menselijke bemoeienis niet zo goed wortel had kunnen schieten.

De polder is het resultaat van de agrarische bedrijvigheid. Een wijds en open gebied waar het menselijk gebruik en de natuurwaarden goed op elkaar zijn afgestemd. Tevens is de polder een van de vogelrijkste gebieden in Nederland.

Terschelling wordt aan de noordkant begrensd door de Noordzee en aan de zuidkant door de Waddenzee. De dichtst bij zijnde haven aan de vaste wal is Harlingen. Deze haven­plaats ligt hemelsbreed ongeveer 25 km van Terschelling en via de vaargeulen circa 35 km.

Het eilandklimaat is, en maar weinigen weten dat, niet Neder­lands. Gemiddeld schijnt de zon op het eiland tweemaal zo vaak als in de rest van Nederland. Er is ook meer wind, dat moet er eerlijkheidshalve bij gezegd worden. Maar die laat regenbuien snel overdrij­ven en geeft het eiland haar schone lucht.

De langzaam veranderende temperatuur van het Noordzeewater is het hele jaar door merkbaar. De winters zijn zacht en sneeuwrijk. Het voorjaar is zonnig en groeizaam. De zomer koeler dan op het vaste land maar met veel zon. De herfst is lang met een prachtige lauwwarme septembermaand en mooi en geurig tot in oktober. Pas de novemberstormen maken daar een einde aan.

De dorpen op het eiland worden met elkaar verbonden door de 15 kilometer lange Hoofdweg. Daarnaast zijn er enige zijwegen die leiden naar de strandovergangen. Voorts beschikt Terschelling over circa 83 kilometer fietspad. De fiets is dan ook het (vakantie)vervoermiddel bij uitstek.

 

Het wapen van Terschelling.

Het wapen van de gemeente Terschelling stelt voor, zoals het betreffende Koninklijk Besluit letterlijk zegt: "In zilver een gebladerde boom van sinopel, bevrucht van goud, geplant op een grond eveneens van sinopel en vergezeld, rechts van een klimmende leeuw van keel, links van een klimmende draak van azuur, welke beide de stam van de boom met hun beide klauwen omklemmen. Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee paarlen".

 
De Terschellinger vlag.

"Reade wolken;

Blaue lucht;

Gele helmen;

Griën ges;

Wyt sân;

Dat is 't wapen fan Schylgeralân."